Tijdschrift Minerva volume 30 nummer 4 mei 2001




Editoriaal: Borstkanker en gezondheidsbeleid

Pagina 168 - 169 

van Driel M.  


Is borstkankerscreening verantwoord?

Pagina 170 - 173 

van Driel M., Vermeire E.  

Deze kritische analyse van een bestaande meta-analyse en RCT’s komt tot het besluit dat borstkankerscreening met behulp van mammografie bij vrouwen niet voldoende is onderbouwd. Borstkankerscreening is echter momenteel het beste wapen dat we hebben in de strijd tegen een belangrijk gezondheidsprobleem. Dit dilemma dient openlijk te worden besproken met patiënten zodat zij hun verwachtingen kunnen afstemmen op de beperkingen van de huidige screeningsprogramma’s voor borstkanker.


Screenen op borstkanker voortzetten vanaf 70 jaar: een model

Pagina 174 - 177 

Garmyn B.  

Op basis van dit theoretisch model zijn er onvoldoende argumenten om mammografische screening op bortskanker bij vrouwen boven de 70 jaar aan te bevelen.


Hoe effectief is klinisch borstonderzoek?

Pagina 178 - 181 

Cornelli K., Goeman A.  

Er is nog onvoldoende bewijs dat screenen op borstkanker door middel van klinisch borstonderzoek zinvol is. De studies die hierover rapporteren, geven tegenstrijdige resultaten. Het aanwezig zijn van abnormale bevindingen verhoogt wel de probabiliteit op het vinden van borstkanker. Een normaal klinisch borstonderzoek daarentegen geeft onvoldoende informatie voor het uitsluiten van borstkanker.


Is borstkankerscreening minder gevoelig bij hormonale substitutie?

Pagina 182 - 183 

van Driel M.  

Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van hormonale substitutietherapie de gevoeligheid en de specificiteit van mammografie als screeningsinstrument voor borstkanker kan reduceren. Meer onderzoek is nodig om deze invloed duidelijker te kwantificeren. Voorlopig lijkt het dus raadzaam om dit fenomeen in gedachten te houden en met vrouwen te bespreken bij het starten van hormonale substitutietherapie en/of screening met behulp van mammografie.


Postmenopauzaal oestriol: een risico voor endometriumkanker?

Pagina 184 - 185 

Lemiengre M.  

Voor de praktijk zijn er, zoals de auteurs opmerken, wellicht twee consequenties. Indien de patiënte enkel zoekt naar een oplossing voor lokale vaginale problemen, is het gebruik van lokale laagpotente oestrogenen veiliger in vergelijking met de orale preparaten. Indien men toch beslist tot orale behandeling met oestriol, dan spoort men het best actief veranderingen in het endometrium op met behulp van echografie (meting van de endometriumdikte) ofwel voegt men een progestageen toe aan de behandeling.


Seksueel functioneren na hysterectomie

Pagina 185 - 186 

Philips H.  

Het is voor huisartsen van groot belang seksualiteit reeds voor een hysterectomie bespreekbaar te maken, zowel met de patiënte zelf als met de partner. Verder is het belangrijk eventueel bestaande klachten na te vragen en de verwachtingen te bespreken. Stel de patiënte gerust door aan te halen dat deze onderzoeksresultaten erg positief uitvallen. Seks zal aanvankelijk misschien niet helemaal op dezelfde manier worden beleefd, maar geleidelijk aan kan men in de meerderheid van de gevallen opnieuw hetzelfde seksueel genot ervaren als voordien.