Bondige bespreking


Progesteron voor de behandeling van het premenstrueel syndroom


  • 2
  • 2
  • 2
  • 2



28 11 2012

Duiding van
Ford O, Lethaby A, Roberts H, Mol BW. Progesterone for premenstrual syndrome. Cochrane Database Syst Rev 2012, Issue 3.


Besluit
Deze systematische review vond twee heterogene studies die de werkzaamheid van progesteron voor de behandeling van het PMS niet kunnen bevestigen noch ontkennen. Bij ernstige symptomen zijn SSRI’s aanbevolen (niveau van aanbeveling A).



 

 

In een eerdere duiding van Minerva besloten we onder meer dat progesteron of progestagenen geen plaats hebben bij de behandeling van het premenstrueel syndroom PMS (1). Over de werkzaamheid van progesteron blijf er echter twijfel bestaan.

Vijf procent van de vrouwen heeft last van het premenstrueel syndroom. PMS kan ernstige vorm aannemen en het sociale en het professionele leven verstoren. De symptomen verschijnen twee weken voorafgaand aan de menstruatie en verdwijnen bij de start van de menstruatie. Opgeblazen gevoel, spanning in de borsten, vermoeidheid, pijnlijke gewrichten, angst, prikkelbaarheid, depressie en humeurstoornissen zijn frequent voorkomende symptomen. De diagnose van het PMS is eerder gebaseerd op het tijdelijke karakter van de symptomen dan op de aard van de symptomen.

Na de ovulatie stijgt de hoeveelheid progesteron in het bloed en deze neemt vlak voor de menstruatie terug af. Men suggereert dat een te lage (2) of te snel stijgende progesteronspiegel aanleiding kan geven tot het PMS, en dat een behandeling met progesteron het hormoongehalte tijdens de menstruatie terug in evenwicht kan brengen.

Het is echter niet duidelijk of toediening van progesteron ook een effect heeft op de ernst van alle of van sommige symptomen en welke de ongewenste effecten deze behandeling teweegbrengt.

In 2012 poogden Ford et al. in hun systematische review voor de Cochrane Collaboration een antwoord te geven op deze vraag (3). De auteurs vonden 17 dubbelblinde, placebogecontroleerde RCT’s, waarbij men progesteron toediende aan vrouwen met de diagnose van PMS bevestigd door een prospectieve registratie van de symptomen gedurende minstens 2 cycli. Psychiatrische problemen waren een exclusiecriterium. Slechts twee studies voldeden aan de inclusiecriteria van de review.

In de eerste studie met een parallelgroepenopzet randomiseerde men 141 vrouwen over 800 mg vaginaal progesteron of vaginaal placebo. Deze behandeling liep over 4 menstruatiecycli. In een twee crossoverstudie randomiseerde men 40 vrouwen over oraal progesteron (300 mg utrogestan), vaginaal progesteron (200 mg utrogestan) of placebo.

Omwille van de klinische heterogeniteit was het niet mogelijk om een meta-analyse uit te voeren. Beide studies evalueerden de ernst van de symptomen aan de hand van subjectieve scores van de symptomen. In de eerste studie scoorden de vrouwen iedere dag een lange lijst met symptomen op een schaal van 1 tot 4. In de tweede studie vulden de vrouwen op dag 26 de Menstrual Distress Questionnaire in, samen met 2 psychiatrische vragenlijsten (Spielberger Anxiety Inventory en Beck Depression Inventory).

Door methodologische beperkingen, waaronder een tekort aan power en onvolledige resultaten, kunnen deze studies het effect van progesteron op het PMS niet bevestigen, maar ook niet ontkennen. Bij subgroepanalyses kon men evenmin vaststellen bij welke vrouwen progesteron eventueel wel een nut zou hebben.

De ongewenste effecten in beide studies, al of niet gerelateerd aan de behandeling, waren over het algemeen mild.

Deze bevindingen komen overeen met de EBM-richtlijn voor goede praktijk van EBMpracticeNet (in opbouw) over het premenstrueel syndroom (4), die niets vermeldt over het toedienen van progesteron.

Selectieve serotonineheropname-remmers (SSRI) hebben daarentegen een bewezen effect (niveau van aanbeveling A), zowel continu als cyclisch toegediend. De toediening start halverwege de cyclus en duurt tot het begin van de menstruatie. Meestal volstaat een dosis die kleiner is dan bij de behandeling van depressie (4).

 

Besluit

Deze systematische review vond twee heterogene studies die de werkzaamheid van progesteron voor de behandeling van het PMS niet kunnen bevestigen noch ontkennen. Bij ernstige symptomen zijn SSRI’s aanbevolen (niveau van aanbeveling A).

 

Referenties

  1. Avonts D. Premenstrueel syndroom: wat werkt? Minerva 2002;31(7):370-1.
  2. Rapkin AJ, Morgan M, Goldman L, et al. Progesterone metabolite allopregnanolone in women with premenstrual syndrome. Obstet Gynecol 1997;90:709–14.
  3. Ford O, Lethaby A, Roberts H, Mol BW. Progesterone for premenstrual syndrome. Cochrane Database Syst Rev 2012, Issue 3.
  4. Premenstrueel syndroom (PMS). Duodecim Medical Publications Ltd 2009 [bezocht op 27 Nov 2012]; Beschikbaar op: http://www.ebmpracticenet.be/nl/paginas/default.aspx?ebmid=ebm00538#R2
Progesteron voor de behandeling van het premenstrueel syndroom

Auteurs

Vandevelde C.
médecin généraliste

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar