Bondige bespreking


Heup- of knieprothese: een heparine met laagmoleculair gewicht of een factor Xa-inhibitor?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



28 01 2013

Duiding van
Neumann I, Rada G, Carlos JC, et al. Oral direct factor Xa inhibitors versus low-molecular-weight heparin to prevent venous thromboembolism in patients undergoing total hip or knee replacement: a systematic review and meta-analysis. Ann Intern Med 2012;156:710-9.


Besluit
Deze meta-analyse bevestigt dat voor de preventie van trombo-embolische gebeurtenissen bij majeure orthopedische ingrepen (heup- of knieprothese), rivaroxaban en apixaban geen duidelijke klinische meerwaarde hebben ten opzichte van LMWH. De meta-analyse stelt verder vast dat het risico van bloedingen toeneemt bij hogere doses van beide factor Xa-inhibitoren.



Tekst onder de verantwoordelijkheid van de Franstalige redactie

 

Minerva heeft al in verschillende studies (of meta-analyses) het effect besproken van de nieuwe orale anticoagulantia (niet-vitamine-K-antagonisten) voor de preventie van trombo-embolische gebeurtenissen bij een majeure electieve orthopedische ingreep. Het ging over de factor Xa-inhibitoren rivaroxaban (1-3) en apixaban (4) en de trombine-inhibitor dabigatran (3) bij totale heup- of knieprothese.

Neumann et al. publiceerden in 2012 een systematische review met meta-analyse over het effect van de factor Xa-inhibitoren (rivaroxaban en apixaban) bij totale heup- of knieprothese (5). In deze publicatie van goede methodologische kwaliteit groeperen de auteurs de resultaten van 22 studies. Bij vergelijking met heparines met laagmoleculair gewicht (LMWH) komen ze tot de volgende resultaten voor de factor Xa-inhibitoren:

  • geen verschil voor totale mortaliteit: verschil van 0 per 1 000 patiënten (95% BI van 2 minder tot 1 meer)
  • geen verschil voor niet-fataal longembool: verschil van 0 per 1 000 patiënten (95% NI van 1 minder tot 2 meer)
  • minder symptomatische diepe veneuze trombose: 4 minder per 1 000 patiënten (95% BI van 3 tot 6) (hoge bewijskracht)
  • meer majeure bloedingen: 2 meer per 1 000 patiënten (95% BI van 0 tot 4) (matige bewijskracht)
  • bloedingen komen frequenter voor bij gebruik van hoge doses rivaroxaban en apixaban versus laagmoleculair gewicht heparine, wat niet het geval is bij gebruik van lagere doses.

De auteurs van deze meta-analyse beklemtonen dat de meeste studies geen resultaten vermelden voor een groot aantal geïncludeerde patiënten en dat 8 studies de patiënten maximum 14 dagen opvolgen.

 

Besluit

Deze meta-analyse bevestigt dat voor de preventie van trombo-embolische gebeurtenissen bij majeure orthopedische ingrepen (heup- of knieprothese), rivaroxaban en apixaban geen duidelijke klinische meerwaarde hebben ten opzichte van LMWH. De meta-analyse stelt verder vast dat het risico van bloedingen toeneemt bij hogere doses van beide factor Xa-inhibitoren.

 

Referenties

  1. Chevalier P. Na majeure electieve orthopedische ingreep: eerder rivaroxaban dan een heparine met laag moleculair gewicht? Minerva 2008;7(10):148-9.
  2. Chevalier P. Rivaroxaban na electieve totale heup- of knieprothese? (vervolg). Minerva online 28/03/2011.
  3. Chevalier P. Dabigatran of rivaroxaban na totale knie- of heupprothese. Minerva online 28/5/2012.
  4. Chevalier P. Preventie van veneuze trombembolie: na rivaroxaban en dabigatran nu ook apixaban. Minerva online 28/05/2011.
  5. Neumann I, Rada G, Carlos JC, et al. Oral direct factor Xa inhibitors versus low-molecular-weight heparin to prevent venous thromboembolism in patients undergoing total hip or knee replacement: a systematic review and meta-analysis. Ann Intern Med 2012;156:710-9.
Heup- of knieprothese: een heparine met laagmoleculair gewicht of een factor Xa-inhibitor?



Commentaar

Commentaar