Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Editoriaal: Ziek of niet ziek: wie heeft het laatste woord?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 1999 Volume 28 Nummer 8 Pagina 330 - 331




De diagnose is in de gezondheidszorg het vertrekpunt voor alle klinische beslissingen in verband met een bepaalde ziekte, de ernst, de prognose en de behandeling. Vaak hangt de diagnose af van een waarde die wordt gemeten met een erkend meetinstrument. De essentiële vragen daarbij zijn vanaf welke waarde een persoon de ziekte heeft en wie er met welke argumenten bepaalt of dit afkappunt naar links of rechts verschuift 1,2.

 

De Wereldgezondheidsorganisatie en de International Society of Hypertension hebben nieuwe richtlijnen uitgewerkt voor de behandeling van hypertensie: de streefwaarde van de "optimale bloeddruk" wordt nu 120/80 mm Hg 3. Ruim 800 artsen uit 57 landen hebben hierop zware kritiek geuit.

Aangezien het voor een arts al erg moeilijk is een patiënt met hypertensie te overtuigen om de levensstijl aan te passen of geneesmiddelen in te nemen, terwijl hij of zij niet "ziek" is, moeten er dus goede argumenten zijn om al die inspanningen en kosten te rechtvaardigen 1,4. Daarbij is nog op te merken dat wat als normale bloeddruk wordt voorgesteld, niet door voldoende goede onderzoeksresultaten is onderbouwd. Bovendien bestaat er nog twijfel over de methode waarmee de bloeddruk zou moeten worden gemeten 1. De standaardisatie van de bloeddrukmeting is een probleem, maar de belangrijke spontane bloeddrukvariaties zijn dit evenzeer.

Deze nieuwe hypertensierichtlijn zal leiden tot een enorme toename van het gebruik van antihypertensiva tegen een hoge kostprijs aan financiële middelen en aan bijwerkingen bij patiënten voor een relatief klein voordeel. De afwezigheid van nadeel wordt vertaald als voordeel 1,5.

 

Bij diabetes maken we een gelijkaardige situatie mee. Sinds 1979 was volgens de Wereldgezondheidsorganisatie iemand diabeet met een nuchtere glycemie boven de 140 mg/100ml. De American Diabetes Association beveelt nu aan om te spreken van diabetes bij een nuchtere glycemie boven de 126 mg/100 ml.

Het grootste gewicht van de kritiek op deze verschuiving van diagnostische criteria ligt in het feit dat dit niet steunt op prospectief onderzoek. De nieuwe criteria kunnen onder andere leiden tot een andere prevalentie van diabetes in verschillende bevolkingsgroepen en tot fout-positieve diabetespatiënten (zie Minerva Kort).

Als voor een aandoening een effectieve, veilige en goedkope behandeling bestaat, zal bij de diagnostische criteria de nadruk liggen op de sensitiviteit, op het zo weinig mogelijk missen van zieken. In het omgekeerde geval zal vooral de specificiteit op de voorgrond staan, dat wil zeggen dat alleen écht positieven worden behandeld. Bij diabetes is de nadruk nu verschoven naar sensitiviteit, met meer fout-positieve diabeten tot gevolg.

 

Of we als huisarts even "gevoelig" moeten zijn, is terecht een zeer belangrijke vraag.

 

E. Vermeire

 

Literatuur

  1. O’Brien E, Staessen JA. What is "hypertension"? Lancet 1999; 353: 1541-43.
  2. Vinicor F. When is diabetes diabetes? JAMA 1999;281(13):1222-24.
  3. Guidelines Subcommittee, 1999 World Health Organisation-International Society of Hypertension Guidelines for the Management of Hypertension. J Hypertens 1999;17:151-83.
  4. Geldrop WJ. Nieuwe kleren voor de keizer. Huisarts Wet 1999;42(9): 383-5.
  5. Woodman R. Open letter disputes WHO hypertension guidelines. BMJ 1999;318:893.
Editoriaal: Ziek of niet ziek: wie heeft het laatste woord?

Auteurs

Vermeire E.
Vakgroep eerstelijns- en interdisciplinaire zorg, Centrum voor Huisartsgeneeskunde, Universiteit Antwerpen

Trefwoorden

diagnostiek, hypertensie


Commentaar

Commentaar