Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Behandeling van zuurbranden


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2000 Volume 29 Nummer 10 Pagina 466 - 467


Duiding van
HATLEBAKK JG, HYGGEN A, MADSEN PH, et al. Heartburn treatment in primary care: randomised, double blind study for 8 weeks. BMJ 1999;319:550-3.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.


 

Zuurbranden is een zeer frequente klacht (prevalentie ongeveer 20% 1 ). De groep die hiervoor raadpleegt, zou ongeveer 8% van de totale praktijkpopulatie vertegenwoordigen. Na een endoscopie valt het op dat het merendeel van deze patiënten de diagnose "(reflux)oesofagitis" meekrijgt. De volgende stap is een behandeling met een prokineticum, een H2-receptorantagonist of een protonpompremmer, soms voor maanden en meestal voor jaren.

HATLEBAKK et al. hebben een deel van deze problematiek bestudeerd via een gerandomiseerde dubbelblinde, placebogecontroleerde studie. Zij vergeleken het effect van omeprazol of cisapride met placebo. Gedurende acht weken kregen 483 patiënten die aan de selectiecriteria voldeden (zuurbranden met bij endoscopie normale bevindingen of hoogstens oesofagitis graad 1), dagelijks aselect ofwel omeprazol 20 mg, ofwel cisapride 2x20 mg, ofwel een placebo. Het effect van de behandeling werd gemeten door na te gaan of er een adequate controle was van de hoofdklacht, zuurbranden. Tevens werd het gebruik van antacida, de ernst van en het aantal dagen met zuurbranden en ten slotte de ernst van andere gastrointestinale symptomen geregistreerd. Na acht weken behandeling was er een significant verschil in de mate van controle van het hoofdsymptoom tussen de placebogroep (30%), de cisapridegroep (40%) en de omeprazolgroep (76%), p<0,0001. Er was eveneens een significant verschil wat betreft de ernst en het aantal dagen per week met zuurbranden tussen de omeprazolgroep enerzijds en de cisapridegroep en de placebogroep anderzijds.

 

Ondanks het feit dat deze groots opgezette (mede door Astra Noorwegen mogelijk gemaakte) studie een duidelijk antwoord geeft op de gestelde onderzoeksvraag, blijft men als huisarts met veel vragen zitten.

In de studie valt het op dat 50% van de proefpersonen een oesofagitis graad 1 vertoont. Gezien de selectiecriteria (onder andere gedurende meer dan drie maanden regelmatig klachten van zuurbranden) is dit mogelijk, maar dit is meer dan de schaarse epidemiologische gegevens in de eerste lijn doen vermoeden.

Wat kunnen we als huisarts voor ons beleid bij deze patiënten op dit ogenblik voorstellen? Bij positieve symptomen voor gastro-oesofageale reflux en hierbij zijn zuurbranden en regurgitatie sterke aantoners, kan men nog steeds beginnen met algemene maatregelen 1,2 : advies betreffende leef- en eetgewoonten in combinatie met of gevolgd door het gebruik van antacida gedurende twee tot vier weken. In geval dit geen verbetering geeft, kan een H2-receptorantagonist worden voorgeschreven bij een patiënt die voor het eerst symptomen als zuurbranden en/of regurgitatie vertoont. Cisapride is minder effectief. Indien geen verbetering optreedt na twee periodes van therapie, wordt het best verwezen voor endoscopie.

Bij oesofagitis graad 1 is behandeling met een protonpompremmer gedurende vier tot zes weken het meest kosteneffectief. De vraag hoeveel patiënten die positief reageren op de gebruikte therapie (placebo, cisapride of omeprazol), recidiveren na het stoppen van deze therapie, wordt door het onderzoek van HATLEBAKK niet beantwoord 3 .

Dit alles geeft ons als huisarts sterk de indruk dat we misschien "Kurieren an Symptom" en dat een zekere terughoudendheid en ook nog verder onderzoek naar wat gastro-oesofageale reflux werkelijk vertegenwoordigt, nodig blijft.

 

L. Ferrant

 

 

Belangenvermenging/financiering

Dit onderzoek werd gefinancierd door Astra Noorwegen. Drie van de auteurs zijn in dienst van deze firma en drie anderen werden betaald voor diensten aan Astra.

 

Literatuur

  1. KROES RM, NUMANS ME, JONES RH, et al. Gastro-oesophageal reflux disease in primary care. Eur J Gen Pract 1999;5:88-97.
  2. NUMANS ME, DE WIT NJ, GEERDES RHM, et al. NHG-Standaard Maagklachten (eerste herziening). Huisarts Wet 1996;39:565-77.
  3. BRADLEY CP. Omeprazole was better than cisapride or placebo for controlling heartburn at 4 and 8 weeks. Evidence-Based Medicine 2000;5:59.
  4. KATZKA D. Gastro-oesophageal reflux disease. Clin Evid 2000;3:225-35.
Behandeling van zuurbranden

Auteurs

Ferrant L.
Vakgroep eerstelijns- en interdisciplinaire zorg, Centrum voor Huisartsgeneeskunde, Universiteit Antwerpen

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar