Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Secundaire preventie met hepatitis A-vaccin


Minerva 1999 Volume 28 Nummer 10 Pagina 446 - 447

Zorgberoepen


Duiding van
SAGLIOCCA L, AMOROSO P, STROFFOLINI T, et al. Efficacy of hepatitis A vaccine in prevention of secondary hepatitis A infection: a randomised trial. Lancet 1999;353:1136-9.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.


 
 

Indien bij een patiënt hepatitis A wordt vastgesteld, dan rijst meestal ook de vraag naar preventie bij personen die geregeld in contact komen met deze patiënt. Tot nu toe bestond de mogelijkheid om immuunglobulines met hoge titers antistof tegen hepatitis A toe te dienen, wat een tijdelijke bescherming geeft.

In deze studie wilde men nagaan of het ook zinvol is om de contactpersonen snel na de blootstelling (binnen de acht dagen) te vaccineren tegen hepatitis A. Hiertoe werden 146 gehospitaliseerde hepatitis A-patiënten aselect verdeeld in twee groepen. Aan alle huisgenoten tussen 1 en 40 jaar van de ene groep diende men één injectie Havrix® (SmithKline, Beecham) toe; aan de huisgenoten van de andere groep niet. Hierbij hield men geen rekening met het feit of zij al dan niet reeds antistoffen hadden tegen hepatitis A. Achteraf bleek dit bij ongeveer één derde het geval te zijn.

 

Resultaat: bij de gevaccineerde huisgenoten (n=173) traden twee infecties op en bij de niet-gevaccineerde huisgenoten (n=178) traden twaalf infecties op. Een significant verschil. Onder "infectie" wordt het verschijnen van IgM-antistoffen in het serum verstaan. Dit verliep bij de twee gevaccineerde personen symptoomloos, terwijl tien van de twaalf niet-gevaccineerden ziek werden of gestoorde leverenzymen hadden. Dit kan erop wijzen dat eventuele infecties na vaccinatie ook klinisch minder tot uiting komen. Het kan dus inderdaad zinvol zijn om huisgenoten van hepatitis A-patiënten snel te vaccineren. Het aantal personen dat moet worden gevaccineerd om één infectie te voorkomen is in deze studie achttien. Dit is veel, maar zou wel minder kunnen zijn in populaties waar het aandeel vatbare personen groter is, zoals bijvoorbeeld in een groep kinderen. Dit moet echter nog door onderzoek worden bevestigd. Het is ook niet meteen duidelijk of vaccineren even goed is als het toedienen van immuunglobulines. Voordeel van vaccinatie is wel dat de bescherming langer blijft.

 

Praktisch kan men uit deze studie besluiten dat voor de bescherming van huisgenoten van een hepatitis A-patiënt vaccinatie waarschijnlijk een werkzaam alternatief is voor het toedienen van immuunglobulines. Of het meer of minder efficiënt is dan het toedienen van immuunglobulines zal moeten worden uitgemaakt door vergelijkend onderzoek. De immuniteit tegen dit virus stijgt snel met de leeftijd zodat een dergelijke vaccinatie vooral nuttig zal zijn bij kleine kinderen en jonge mensen. Bij kinderen verloopt de infectie trouwens vaak asymptomatisch. Aangezien deze studie alleen over huisgenoten gaat, kunnen de resultaten niet geëxtrapoleerd worden naar ander contacten zoals klasgenoten of collega’s; ook hier is nog meer onderzoek nodig.

 

A. De Sutter

Secundaire preventie met hepatitis A-vaccin

Auteurs

De Sutter A.
Vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg, UGent
COI :

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar