Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Kernboodschappen


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2004 Volume 3 Nummer 10 Pagina 169 - 169




Aanbevelingen van de WHO betreffende de educatie voor zelfopvolging van astma bij het kind

 

  • De educatie begint op het moment van de diagnose en wordt geïntegreerd in elke stap van de behandeling.
  • De educatie wordt gerealiseerd door elk lid van het team.
  • De educatie moet de informatie en de benadering van de behandeling aanpassen aan de noden van elke patiënt.
  • Aanleren en versterken van gedrag: gebruik van doseeraërosol, droge poederinhalator, inhalatiekamer, zelfopvolging, controle van de omgeving,…
  • Ontwikkeling van een behandelingsplan samen met de behandelaars en de patiënten.
  • Aanmoediging van een actief partnerschap, door geschreven actieplannen te geven.
 
 

De behandeling van astma

 

Sedert het themanummer in 2002 zijn er geen nieuwe producten voor de behandeling van astma op de markt gekomen. De studies die in dit nummer worden besproken, evalueren het gebruik van leukotrieenreceptorantagonisten en inhalatiecorticosteroïden. Anno 2004 kunnen we hierover het volgende besluiten:

 
 
Leukotrieenreceptorantagonisten
 

 

  • Bij patiënten met chronisch astma en persisterende klachten heeft toevoegen van een leukotrieenreceptorantagonist aan een lage dosis inhalatiecorticosteroïden geen meerwaarde vergeleken met het toevoegen van een langwerkende ß2-agonist (salmeterol). Omwille van de lagere kostprijs en de mogelijkheid tot aflevering zonder afzonderlijk attest blijven de langwerkende sympaticomimetica eerste keus.
  • Bij patiënten met mild tot matig persisterend astma zijn leukotrieenreceptorantagonisten geen alternatief voor inhalatiecorticosteroïden als onderhoudsbehandeling. Inhalatiecorticosteroïden aan een zo laag mogelijke werkzame dosis blijven de standaardbehandeling.

 

 
 
Inhalatiecorticosteroïden
 

 

  • Patiënten met matig tot ernstig astma, bij wie de symptomen onder controle zijn met een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden, kunnen op een veilige manier hun dosis inhalatiecorticosteroïden halveren, zonder negatief effect op symptoomcontrole en levenskwaliteit.
  • Bij patiënten met een tijdelijke toename van de astmasymptomen kan het verdubbelen van de onderhoudsdosis inhalatiecorticosteroïden de nood aan een behandeling met orale corticosteroïden (prednison) niet reduceren.
  • Bij patiënten met mild persisterend astma heeft vroegtijdig starten en langdurig toedienen van een relatief kleine dosis budesonide toegevoegd aan een astmabehandeling een gering effect op het optreden van ernstige exacerbaties, maar een effect op het verloop van astma is niet aangetoond.
  • Educatieve programma’s voor kinderen en adolescenten met astma hebben een positief effect op de longfunctie, de morbiditeit, de zelfcontrole en de consumptie van gezondheidszorg.
Kernboodschappen

Auteurs

Trefwoorden

astma, montelukast

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar