Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Leidt empirische behandeling van cystitis tot overbehandeling?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2004 Volume 3 Nummer 5 Pagina 79 - 81


Duiding van
McIsaac WJ, Low DE, Biringer A, et al. The impact of empirical management of acute cystitis on unnecessary antibiotic use. Arch Intern Med 2002;162:600-5.


Klinische vraag
Leidt empirische behandeling van acute cystitis tot overbodig antibioticagebruik? Bestaat er een combinatie van klinische tekenen en urinetests die een rationeler gebruik van antibiotica kan ondersteunen?


Besluit
De bevindingen van deze studie hoeven voorlopig niets te veranderen aan het aanbevolen diagnostisch beleid in de Belgische richtlijn: ze bevestigen eerder de voorgestelde beslisboom. In deze beslisboom gebruikt men de combinatie van symptomen met de nitriettest, al dan niet met een test voor pyurie, om de diagnose van ongecompliceerde urineweginfectie te stellen.


 

Samenvatting

 

Achtergrond

Verschillende guidelines ondersteunen de empirische behandeling van acute cystitis met antibiotica. Echter, aangezien de helft van de vrouwen met symptomen suggestief voor cystitis geen significante bacteriurie bij cultuur blijkt te hebben, zou empirische behandeling onnodig gebruik van antibiotica in de hand kunnen werken.

 

Bestudeerde populatie

In Toronto (Canada) rekruteerde men uit vier academische gezinsklinieken 231 vrouwen ouder dan zestien jaar met symptomen die volgens de behandelende arts op een urineweginfectie wezen. Zwangerschap, immuundeficiëntie, recente urineweginfectie en recent gebruik van antibiotica waren exclusiecriteria.

 

Onderzoeksopzet

De vrouwen ondergingen een klinische beoordeling, samen met een dipstick (leukocytenesterasetest en nitriettest) en een urinecultuur. Retrospectief werden de aanbevelingen van drie empirische strategieën betreffende cystitis (zie kader) vergeleken met de waargenomen behandeling door de huisarts. Tevens werd een eigen model (predictiemodel) getoetst. De auteurs geven geen duidelijke definitie van een empirische strategie, maar het blijkt dat ze daarmee een strategie bedoelen die geen urinecultuur propageert.

 

Uitkomstmeting

Voor elke strategie berekende men: het percentage vrouwen met dysurie dat behandeld werd met antibiotica, het percentage vrouwen dat achteraf een negatieve urinecultuur had, maar toch behandeld werd met antibiotica (% onterechte antibiotica of vals-positieven), het percentage vrouwen dat achteraf een positieve urinecultuur had, maar niet behandeld werd (% gemiste infecties of vals-negatieven), het percentage cultuur-positieven dat antibiotica kreeg (de sensitiviteit) en het percentage cultuur-negatieven dat niet behandeld werd (de specificiteit). 

 
 

Drie empirische strategieën voor de behandeling van cystitis

  • Overzichtsartikel van Stamm en Hooton: empirische behandeling met antibiotica indien ‘klassieke’ symptomen (dysurie, frequency, urgency) en pyurie (positieve LE-test).
  • The Group Health Cooperative (Puget Sound): vrouwen met dysurie krijgen de keuze tussen een telefonische afhandeling of een consultatie. Telefonische afhandeling leidt automatisch tot een antibioticumvoorschrift.
  • Protocol van de Protocol Steering Committee van de BCMA (British Columbia Medical Association): geen urinetests indien er ‘klassieke’ symptomen zijn, waarvoor men in ieder geval antibiotica zal voorschrijven.
 
 

 

Resultaten

  

 Tabel 1: De resultaten van de verschillende empirische strategieën.

 

Artsen

in de studie

Stamm

(A)

Puget

(B)

BCMA

(C)

Predictie-

Model (D)

% Behandeling met antibiotica

81

48

82

78

60

% Onterecht antibiotica

40

26

41

41

28

% Gemiste infecties

8

34

10

12

19

Sensitiviteit van behandelen (%)

92

66

90

88

81

Specificiteit van niet behandelen (%)

31

73

28

31

64

 
 

Aanbeveling voor de praktijk

 

De bevindingen van deze studie hoeven voorlopig niets te veranderen aan het aanbevolen diagnostisch beleid in de Belgische richtlijn (6): ze bevestigen eerder de voorgestelde beslisboom. In deze beslisboom gebruikt men de combinatie van symptomen met de nitriettest, al dan niet met een test voor pyurie, om de diagnose van ongecompliceerde urineweginfectie te stellen.

De redactie

 

Literatuur

  1. Flottorp S, Oxman AD, Cooper JG, et al. Retnings-linjer for diagnostikk og behandling av akutte vannlatingsplager hos kvinner (Guidelines for diagnosis and treatment of acute urinary tract problems in women). Tidsskr Nor Lægeforen 2000;120:1748-53.
  2. Baerheim A. Empirical treatment of uncomplicated cystitis. Keep it simple. BMJ 2001;323:1197-8.
  3. Bent S, Nallamothu BK, Simel DL, et al. Does this woman have an acute uncomplicated urinary tract infection? JAMA 2002;287:2701-10.
  4. Christiaens TCM, De Meyere M, Derese A. Dis appointing specificity of the LE-test for the diagnosis of urinary tract infection in general practice. Eur J Gen Pract 1998;4:144-8.
  5. Österberg E, Aspevall O, Grillner L, Persson E. Young women with symptoms of urinary tract infection. Prevalence and diagnosis of chlamydial infection and evaluation of rapid screening of bacteriuria. Scand J Prim Health Care 1996;14:43-9.
  6. Christiaens T, Callewaert L. Aanbevelingen voor goede medische praktijkvoering. Cystitis bij de vrouw. Huisarts Nu 2000;29:281-97.  
Leidt empirische behandeling van cystitis tot overbehandeling?

Auteurs

Christiaens T.
Klinische Farmacologie, Vakgroep Farmacologie, UGent

De Backer D.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent



Commentaar

Commentaar