Resultaat met woordenlijst ( 3 )


lost to follow-up
De personen van wie (om welke reden dan ook) aan het einde van het onderzoek de te onderzoeken uitkomsten niet bekend zijn en voor wie men geen reden voor uitval heeft kunnen registreren, noemt men ‘lost to follow-up’. Personen die wegens ongewenste effecten de toegewezen behandeling staken, personen die gedurende de onderzoeksperiode overlijden of als gevolg van een andere ziekte niet meer mee kunnen doen aan het onderzoek, worden beschouwd als ‘lost to follow-up’.
Aantal resultaten : 3 artikel(s) - 1 bondige bespreking(en)


Deze nieuwe RCT toont aan dat bij patiënten die een drug eluting stent kregen, duale antiplaatjestherapie (DAPT) bestaande uit aspirine (80 tot 200 mg/d) in combinatie met een P2Y12-antagonist (clopidogrel of prasugrel) gedurende 1 maand, gevolgd door een antiplaatjestherapie met clopidogrel (75 mg/d), niet inferieur was aan een DAPT (aspirine + clopidogrel) gedurende 12 maanden op vlak van cardiovasculaire gebeurtenissen en bloedingen. Verschillende vormen van methodologische bias maken deze conclusies echter twijfelachtig en laten niet toe om het debat over de optimale duur van DAPT na percutane coronaire revascularisatie met een drug eluting stent kort te sluiten.

De auteurs van deze methodologisch correct uitgevoerde systematische review en meta-analyse besluiten dat de meeste CIN 2-letsels spontaan regresseren, vooral bij vrouwen die jonger zijn dan 30 jaar. Een actieve opvolging (in de plaats van onmiddellijke behandeling) kan dus gerechtvaardigd zijn bij vrouwen met een CIN 2-letsel, in het bijzonder als ze jong zijn en als ze hun follow-upafspraken niet missen.

Hoe omgaan met ontbrekende gegevens in RCT’s?

Chevalier P.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 5 pagina 63 - 63

Diabeteszorg in de huisartspraktijk: een meta-analyse

Van Loon H.

Minerva 1999 Vol 28 nummer 6 pagina 248 - 250


Moderne diabeteszorg vraagt continue actieve aandacht van de huisarts. Strikte, quasi protocollaire opvolging van de Vlaamse consensus stelt de huisarts in staat om waarschijnlijk minstens even goede, zo niet betere resultaten te behalen dan de poliklinische specialistensetting.