Bondige bespreking


Lage enkelarmindex: aspirine toedienen als preventie?


  • 1
  • 1
  • 1
  • 1



27 05 2010

Duiding van
Fowkes FG, Price JF, Stewart MC, et al. Aspirin for prevention of cardiovascular events in a general population screened for a low ankle brachial index: a randomized controlled trial. JAMA 2010;303:841-8.


Besluit
De resultaten van deze studie bevestigen dat bij patiĆ«nten zonder bewezen cardiovasculaire gebeurtenissen en met bewezen occlusief perifeer vaatlijden (EAI ≤0,95), een preventieve toediening van aspirine de cardiovasculaire gebeurtenissen niet vermindert, maar wel het risico van majeure bloedingen verhoogt.


 

In 2010 publiceerde Minerva een bespreking van een meta-analyse over het nut van aspirine bij patiënten met perifeer vaatlijden voor de preventie van cardiovasculaire gebeurtenissen (myocardinfarct of niet-fataal CVA, cardiovasculaire mortaliteit) (1,2). Aspirine had geen statistisch significant effect op dit samengestelde eindpunt, maar was wel effectief voor de reductie van niet-fataal CVA.

 

Recent verscheen een nieuwe RCT van goede methodologische kwaliteit bij een groot aantal Schotse patiënten (28 980 mannen en vrouwen tussen 50 en 75 jaar) (3). De onderzoekers konden 3 350 patiënten includeren met een enkelarmindex (EAI) ≤0,95 en zonder voorgeschiedenis van vasculaire gebeurtenissen. Deze EAI-drempel is hoger dan de over het algemeen gekozen waarde van 0,9 voor het opsporen van perifeer arterieel vaatlijden. De interventie bestond uit dagelijks 100 mg aspirine (n=1 675) of placebo (n=1675). Over een opvolgingsperiode van gemiddeld 8,2 jaar was er geen verschil tussen beide onderzoeksgroepen voor het primaire samengestelde eindpunt (initieel fatale of niet-fatale coronaire gebeurtenis of CVA, revascularisatieprocedure: HR 1,03; 95% BI van 0,84 tot 1,27) en evenmin voor alle gerapporteerde cardiovasculaire gebeurtenissen samen (primaire uitkomstmaat + angor, claudicatio intermittens of TIA: HR 1,00; 95% BI van 0,85 tot 1,17) of voor globale mortaliteit (HR 0,95; 95% BI van 0,77 tot 1,16). Het behandelen van andere risicofactoren (zoals blijkt uit de co-medicatie van de patiënten bij randomisatie) kan het effect van de bijkomende winst van aspirine verminderd hebben. Op die manier pakt men momenteel de preventie aan van patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico en aspirine heeft niet het verhoopte bijkomende effect. De auteurs stelden wel een verhoogd aantal bloedingen vast dat hospitalisatie vereiste (HR 1,71; 95% BI van 0,99 tot 2,97). Deze resultaten bevestigen de vroegere literatuurgegevens en zetten niet aan tot preventieve toediening van aspirine aan patiënten zonder cardiovasculaire gebeurtenissen als antedent.

 

Besluit

De resultaten van deze studie bevestigen dat bij patiënten zonder bewezen cardiovasculaire gebeurtenissen en met bewezen occlusief perifeer vaatlijden (EAI ≤0,95), een preventieve toediening van aspirine de cardiovasculaire gebeurtenissen niet vermindert, maar wel het risico van majeure bloedingen verhoogt.

 

Referenties

  1. Chevalier P. Perifeer vaatlijden en aspirine. Minerva 2010;9(1):10.
  2. Berger JS, Krantz MJ, Kittelson JM, Hiatt WR. Aspirin for the prevention of cardiovascular events in patients with peripheral artery disease: a meta-analysis of randomized trials. JAMA 2009;301:1909-19.
  3. Fowkes FG, Price JF, Stewart MC, et al. Aspirin for prevention of cardiovascular events in a general population screened for a low ankle brachial index: a randomized controlled trial. JAMA 2010;303:841-8.
Lage enkelarmindex: aspirine toedienen als preventie?



Commentaar

Commentaar