Bondige bespreking


Diagnostische waarde van klachten en klinische bevindingen voor een acute ongecompliceerde urineweginfectie (UWI)


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



28 01 2012

Duiding van
Giesen LG, Cousins G, Dimitrov BD, et al. Predicting acute uncomplicated urinary tract infection in women: a systematic review of the diagnostic accuracy of symptoms and signs. BMC Fam Pract 2010;11:78.


Besluit
De aantonende kracht van individuele symptomen bij een vermoeden van UWI is vrij zwak. De combinatie van symptomen met een positieve nitriettest is wel een goede aantoner voor een UWI. Noch de afwezigheid van individuele symptomen, noch de combinatie met een negatieve nitriet-en LE-test hebben voldoende uitsluitende kracht.



 

In 2006 besprak Minerva een RCT waarbij vrouwen met klachten van een UWI maar met een negatief teststrookje, toch baat hadden bij een behandeling met trimethoprim (1,2). In de studie van Little et al. uit 2010 (3,4) werd aangetoond dat een onmiddellijke of uitgestelde empirische therapie en een beleid gebaseerd op de uitslag van een teststrookje, niet verschilden inzake de duur en de ernst van de symptomen. Wel stelde men een significant lager antibioticagebruik vast bij gebruik van een teststrookje. Deze studies droegen bij tot de steeds terugkerende discussie over de waarde van symptomen en het resultaat van een teststrookje bij het stellen van de diagnose cystitis.

In 2010 publiceerden Giesen et al. een meta-analyse van 16 eerstelijnsstudies (n=3711 patiënten) over de diagnostische waarde van symptomen, al of niet gecombineerd met het resultaat van een teststrookje, in functie van verschillende afkapwaarden van bacteriurie. Bij de keuze van een afkapwaarde van 10² CFU/ml werd de voorkans op cystitis geschat op 65%. De nakans nam toe tot 70-75% wanneer er respectievelijk dysurie, frequency, nycturie, urgency en hematurie aanwezig was. Gecombineerd met een positieve nitriettest liep de nakans op tot 90-93% en gecombineerd met een negatieve nitriet- en LE-test daalde de nakans tot 25-30%. In geval van vaginale afscheiding daalde de kans op een UWI tot 54% en gecombineerd met een negatieve nitriet- en LE-test bleef er een nakans van15% bestaan.

Uit een subgroepanalyse bleek de diagnostische accuraatheid van symptomen groter met 10² en 10³ versus 105 CFU als afkappunt. Maar uiteindelijk bleek voor alle afkapwaarden van bacteriurie geen enkel symptoom de diagnose van cystitis met voldoende zekerheid te kunnen aantonen. De aantonende kracht van een positieve nitriettest bij symptomatische vrouwen was daarentegen wel groot in alle subgroepen. Deze vaststelling werd reeds aangetoond in vroeger onderzoek (5) en is conform de huidige aanbevelingen over cystitis (6,7). Omgekeerd blijkt een UWI niet met zekerheid uitgesloten te kunnen worden, noch op basis van de afwezigheid van symptomen, noch in combinatie met de uitslag van een teststrookje. Waar vroeger ook een sterke uitsluitende kracht van een negatieve nitriet-en LE-test werd aangenomen, blijkt op basis van deze systematische review en tevens uit recenter onderzoek (8) dat deze stelling gerelativeerd moet worden. De aanbeveling cystitis (9) zou men dus op dat punt moeten aanpassen.

 

Besluit

De aantonende kracht van individuele symptomen bij een vermoeden van UWI is vrij zwak. De combinatie van symptomen met een positieve nitriettest is wel een goede aantoner voor een UWI. Noch de afwezigheid van individuele symptomen, noch de combinatie met een negatieve nitriet-en LE-test hebben voldoende uitsluitende kracht.

 

Referenties

  1. Richards D, Toops L, Chambers S, Fletcher L. Response to antibiotics of women with symptoms of urinary tract infection but negative dipstick urine test results: double blind randomized controlled trial. BMJ 2005;331:143.
  2. De Backer D, Christiaens T. Cystitisklachten maar negatieve dipstick: toch behandelen? Minerva 2006;5(6):97-9.
  3. Little P, Moore MV, Turner S, et al: Effectiveness of five different approaches in management of urinary tract infection: randomised controlled trial. BMJ 2010,340:c199.
  4. Heytens S, Christiaens T. Vijf verschillende beleidsopties voor de behandeling van urineweginfecties bij vrouwen. Minerva 2010;9(10):116-7.
  5. Giesen LG, Cousins G, Dimitrov BD, et al. Predicting acute uncomplicated urinary tract infection in women: a systematic review of the diagnostic accuracy of symptoms and signs. BMC Fam Pract 2010;11:78.
  6. Little P, Turner S, Rumsby K, et al. Dipsticks and diagnostic algorithms in urinary tract infection: development and validation, randomised trial, economic analysis, observational cohort and qualitative study. Health Technol Assess 2009;13(19):iii-iv, ix-xi, 1-73.
  7. Christiaens T, Callewaert L. Cystitis bij de vrouw. BAPCOC, WVVH, SSMG, 2001.
  8. Dirven K, De Sutter A, Van Royen P, et al. Guidelines updates. KCE Reports 43.
  9. Nys S, van Merode T, Bartelds AI, Stobberingh EE. Urinary tract infections in general practice patients: diagnostic tests versus bacteriological culture. J Antimicrob Chemother 2006;57:955-8.
Diagnostische waarde van klachten en klinische bevindingen voor een acute ongecompliceerde urineweginfectie (UWI)

Auteurs

Christiaens T.
Klinische Farmacologie, Vakgroep Farmacologie, UGent

Heytens S.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar