Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Preoperatief stoppen met roken voorkomt complicaties


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2002 Volume 1 Nummer 9 Pagina 25 - 26


Duiding van
Moller AM, Villebro N, Pedersen T,Tonnesen H. Effect of preoperative smoking intervention on postoperative complications: a randomised clinical trial. Lancet 2002;359:114-7.


Besluit
Stoppen met roken of minder gaan roken vóór een knie- of heupartroplastiek vermindert het risico van postoperatieve verwikkelingen. In afwachting van studies die deze resultaten voor andere chirurgische ingrepen bevestigen, kan deze studie argumenten aandragen voor de huisarts om rookgedrag ter discussie te stellen bij patiënten die een operatieve ingreep moeten ondergaan.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.

 

Samenvatting

 

Kan een preoperatieve rookstopinterventie vergeleken met een gewone preoperatieve begeleiding de postoperatieve complicaties beïnvloeden bij patiënten, die een artroplastiek van de knie of de heup ondergaan? Deze onderzoeksvraag vormde de basis van een gerandomiseerd onderzoek bij 120 patiënten (verdeeld in een interventiegroep en een controlegroep) in drie ziekenhuizen in Denemarken.

 

De interventie werd uitgevoerd door een team verpleegkundigen en vond plaats zes tot acht weken vóór de artroplastiek. Men streefde naar hetzij een volledige rookstop, hetzij tenminste een 50%-reductie op het verbruik. De postoperatieve complicaties uitgedrukt in mortaliteit en morbiditeit werden geregistreerd tot de vierde week. In de interventiegroep treden bij 18% van de patiënten en in de controlegroep bij 52% (p<0,0003) postoperatieve complicaties op. De meest significante effecten werden genoteerd voor de complicaties in verband met wondgenezing (5% versus 31%; p=0,001). Het effect op cardiovasculaire complicaties (0% versus 10%; p=0,08) en de kans op een vervolgoperatie (4% versus 15%, p=0,07) zijn niet significant.

 

De auteurs concluderen dat een interventieprogramma gericht op rookstop uitgevoerd zes tot acht weken vóór een chirurgische ingreep, de postoperatieve morbiditeit vermindert met meer dan 50%. Zij raden aan om op basis van deze resultaten dit programma toe te passen.

 
 

Bespreking

 

Het gaat om een gerandomiseerde studie. De resultaten worden verzameld door een externe observator die niets afweet van de interventie. De methodologie is goed gedocumenteerd. De mogelijkheden voor bias worden geanalyseerd. De interventie is uitgevoerd door een opgeleid team en vindt niet plaats op de eerste lijn maar in hospitaalmilieu.

 

De gestelde onderzoeksvraag is belangrijk: 30% van de patiënten zijn rokers. Zij lopen het hoogste risico op postoperatieve cardiopulmonaire verwikkelingen en wondcomplicaties. Een correlatie tussen het percentage postoperatieve pulmonaire verwikkelingen en het al of niet gestopt zijn met roken vóór coronaire bypassoperatie werd reeds bestudeerd in 1989: het aantal verwikkelingen was 11% bij de niet-rokers (of een rookstop binnen de zes maanden vóór de interventie) tegenover 1/3 verwikkelingen bij de rokers 1.

 

Deze studie wil de impact van een gestructureerde interventie voor rookstop onderzoeken: wekelijkse follow-up met deskundig advies door een verpleegster die verbonden is aan de studie, en geïndividualiseerde nicotinesubstitutie. Het percentage personen dat stopt met roken in deze studie is gestegen: 36/56 patiënten in de interventiegroep (64%) tegenover 4/52 in de controlegroep (7,6%). Is dit te danken aan de bijzondere competentie van de verpleegkundige? Aan de preoperatieve toestand? Aan de korte duur die nodig is om te stoppen met roken? De klinische studies die deskundig advies en medicamenteuze behandeling combineren tonen een percentage rookstop van 40% tot 60% en van 25% tot 30% na één jaar 2.

 

De Number Needed to Treat (NNT) in deze studie is 3. Dit is bijzonder laag. Indien men bij drie rokers een interventie voor rookstop uitvoert zes tot acht weken vóór een artroplastiek, wordt één postoperatieve verwikkeling vermeden. Andere studies zijn echter nodig om te weten of de resultaten reproduceerbaar zijn naar abdominale en thoracale heelkunde.

 

Deze rookstopinterventie past in het takenpakket van de huisarts en komt overeen met de actuele aanbevelingen inzake tabaksbeleid ook al zijn de omstandigheden van deze studie niet direct vergelijkbaar met de eerste lijn: universitair milieu, beschikbaar personeel, gratis voor de patiënt… 3.

 

 

Besluit

 

Stoppen met roken of minder gaan roken vóór een knie- of heupartroplastiek vermindert het risico van postoperatieve verwikkelingen. In afwachting van studies die deze resultaten voor andere chirurgische ingrepen bevestigen, kan deze studie argumenten aandragen voor de huisarts om rookgedrag ter discussie te stellen bij patiënten die een operatieve ingreep moeten ondergaan.

 

Belangenvermenging/financiering

Deze studie werd gefinancierd door overheidssubsidies. De nicotinesubstitutie werd geleverd door een firma. Belangenvermenging wordt niet vermeld.

 

Literatuur

  1. Warner MA, Offord KP,Warner ME, et al. Role of preoperative smoking cessation and others factors in postoperative pulmonary complications: a blinded prospective study of coronary bypass patients. Mayo Clinic Proc 1989;64:609-16.
  2. Riggoti NA. Treatment of tobacco use and dependence. N Engl J Med 2002;346:506-12.
  3. Fiore MC, Baily VC,Cohen SJ, et al. A clinical practice guideline for treating tobacco use and dependence. A US Public Health Service Report. JAMA 2000;283:3244-54.
Preoperatief stoppen met roken voorkomt complicaties



Commentaar

Commentaar