Resultaat op trefwoord : 'hormonale substitutietherapie'


Aantal resultaten : 12 artikel(s) - 1 bondige bespreking(en) - 0 Synthese(s)


HST is niet geïndiceerd voor primaire en secundaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen, noch om dementie en cognitief verlies te voorkomen bij postmenopauzale vrouwen. HST is wel effectief voor de preventie van postmenopauzale osteoporotische fracturen. Deze optie is echter alleen te verdedigen bij vrouwen met een belangrijk risico en bij wie andere behandelingen niet mogelijk zijn. Momenteel beschikken we over onvoldoende gegevens om het risico op lange termijn in te schatten voor het gebruik van HST bij peri- of postmenopauzale vrouwen jonger dan 50 jaar.

Zilverkaars tegen menopauzale klachten?

Laekeman G.

Minerva 2006 Vol 5 nummer 6 pagina 99 - 101


Deze studie toont aan dat met extract van zilverkaars (2,5 mg isopropa-nolextract van Actaea racemosa of Cimicifuga racemosa) vergeleken met placebo menopauzale klachten afnemen. Dit effect is echter maar over een periode van drie maanden geëvalueerd. Meer onderzoek is nodig om de optimale dosis en samenstelling van zilverkaarsextract vast te leggen, om de plaats ten opzichte van hormonale therapie te bepalen en om de therapeutische doeltreffendheid en veiligheid op langere termijn te onderzoeken.

Hormonale substitutie: niet effectief bij urinaire incontinentie?

Chevalier P.

Minerva 2005 Vol 4 nummer 7 pagina 108 - 110


Deze studie bij een grote populatie menopauzale vrouwen toont aan dat hormonale substitutietherapie (enkel geconjugeerde oestrogenen of geassocieerd met medroxyprogesteron) de incidentie van urinaire incontinentie verhoogt en bestaande incontinentie verslechtert. Het effect van andere soorten oestrogenen of toediening via systemische of een andere weg bij verschillende types van incontinentie, vastgesteld aan de hand van een urodynamisch onderzoek, moet nog bestudeerd worden.

Vormt oestrogeensubstitutie een risico voor DVT?

Temmerman M.

Minerva 2003 Vol 2 nummer 7 pagina 115 - 116


Deze studie bevestigt dat het risico van trombo-embolieën significant gestegen is bij vrouwen die hormonale substitutie nemen. Dit argument ondersteunt de aanbeveling om de indicatie voor hormonale substitutietherapie te beperken tot vrouwen met hinderlijke perimenopauzale klachten (onder andere flushes).

Lezersbrief: Hormonale Substitutie: het einde van een illusie?

Minerva 2003 Vol 2 nummer 2 pagina 34 - 34

Editoriaal: Hormonale substitutie: het einde van een illusie?

Lemiengre M.

Minerva 2002 Vol 31 nummer 7 pagina 358 - 362

Hormonale substitutie en het risico op ovariumcarcinoom

Lemiengre M.

Minerva 2001 Vol 30 nummer 9 pagina 421 - 423


Oestrogenen verhogen het risico op endometriumcarcinoom, borstcarcinoom en trombo-embolieën. Deze studie voegt ovariumcarcinomen toe aan het lijstje. Hoewel het risico op ovariumkanker laag is, mag men het zeker opnemen in de overweging bij het voorschrijven van oestrogenen. Men kan zich terecht de vraag stellen welke plaats er nog is voor hormonale substitutie bij de behandeling van de menopauze. Vermoedelijk enkel nog voor een korte periode om ernstige vasomotorische stoornissen te ondervangen.

Hormonale substitutie en het risico op borstkanker

Van den Broecke R.

Minerva 2001 Vol 30 nummer 9 pagina 415 - 417


Hoewel deze studie bijdraagt tot de kennis van de mogelijke neveneffecten van hormonale substitutietherapie (HST), lijken de gegevens toch te bevestigen dat indien er een toename van het risico op borstkanker onder HST bestaat, deze toch zeer beperkt is. Uit ander onderzoek blijkt dat dit niet gepaard gaat met verhoogde mortaliteit.

Is borstkankerscreening minder gevoelig bij hormonale substitutie?

van Driel M.

Minerva 2001 Vol 30 nummer 4 pagina 182 - 183


Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van hormonale substitutietherapie de gevoeligheid en de specificiteit van mammografie als screeningsinstrument voor borstkanker kan reduceren. Meer onderzoek is nodig om deze invloed duidelijker te kwantificeren. Voorlopig lijkt het dus raadzaam om dit fenomeen in gedachten te houden en met vrouwen te bespreken bij het starten van hormonale substitutietherapie en/of screening met behulp van mammografie.

Postmenopauzaal oestriol: een risico voor endometriumkanker?

Lemiengre M.

Minerva 2001 Vol 30 nummer 4 pagina 184 - 185


Voor de praktijk zijn er, zoals de auteurs opmerken, wellicht twee consequenties. Indien de patiënte enkel zoekt naar een oplossing voor lokale vaginale problemen, is het gebruik van lokale laagpotente oestrogenen veiliger in vergelijking met de orale preparaten. Indien men toch beslist tot orale behandeling met oestriol, dan spoort men het best actief veranderingen in het endometrium op met behulp van echografie (meting van de endometriumdikte) ofwel voegt men een progestageen toe aan de behandeling.

Fractuurpreventie: de kracht van evidentie of de impact van optimisme?

Vermeire E.

Minerva 2001 Vol 30 nummer 2 pagina 88 - 93

Postmenopauzale hormonale substitutie en cardiovasculair risico

Lemiengre M.

Minerva 2000 Vol 29 nummer 5 pagina 233 - 236


Momenteel zijn er met het oog op preventie van cardiovasculaire incidenten geen argumenten om hormonale substitutietherapie toe te passen bij vrouwen met bekende coronaire pathologie.

Verhoogd risico op DVT bij hormonale substitutie

Lemiengre M.

Minerva 2000 Vol 29 nummer 5 pagina 237 - 238